Lotgenoot, het lot dat je deelt. Tja, helaas is dit een waarheid. Het woord Lotgenoten klinkt voor mij zo passief, zo gelaten. Een chronisch zieke, in dit geval bedoel ik de ziekte diabetes, heeft geen keus. Het hebben van diabetes is een lot. Binnen en buiten dat – geaccepteerde lot – heb je als patiënt keuzes. Wanneer je de ernst van je beperking kent, ken je gelijkertijd je mogelijkheden. Je bent voor een bepaald deel slachtoffer, voor dat andere deel ben je geen slachtoffer.
Toch overkwam me het weer. Prettig gesteund door een ‘mede-slachtoffer’ lotgenoot. Het delen van kennis en ervaring, een herkenning in gevoel: benoemen, er over filosoferen, ervaringen uitwisselen, op zoek naar herkenning. Dat was het in dit geval niet. De situatie waarin wij vertoefden was er en we handelden.
De wending die een gesprek nam verraste mij als mens volledig. Mijn emoties speelden op en er was geraaktheid en verdriet, plotselinge verandering van geest & lijf. Ik was onderdeel van een groep. In de groep is een bijzondere vertrouwensband opgebouwd. We hebben elkaar door de tijd intussen erg goed leren kennen. Het doel van de groep is het individu te ‘laten’ groeien. Persoonlijke en Innerlijke Groei. Soms zijn er situaties dat je eens even flink moet schakelen: er gebeurt veel met je als mens. Fantastische ervaring, vind en voel ik.
Die plotselinge verandering van lichaam en geest incasseert een gezond lijf min of meer ‘standaard’. Een lijf met een weinig of niet functionerende alvleesklier reageert op dezelfde wijze, maar moet even van buitenaf geholpen worden: koolhydraten of insuline toevoegen. Als mens met diabetes weet je dat, herken je dat en je handelt instinctief en op basis van verstand. Je begrijpt wat je lijf nodig heeft. Maar soms kom je een beetje achter jezelf aan. Dan is je alerte omgeving van groot belang. Nou ja, groot, je gaat niet direct dood, maar toch. Mensen uit mijn directe omgeving hebben samen met mij geleerd wat het inhoudt als ik een hypo krijg. In principe weten ze wel hoe te handelen. Echter een hyper is minder zichtbaar, minder herkenbaar. Lotgenoten herkennen deze laatste wel. Het is een zichtbaar gevoel. Bij iedereen uit zich het weer anders, iedereen gaat er anders mee om. Mijn lotgenoot in de groep hoorde mij vlak na het emotionele moment dat me zo getroffen had zeggen … ‘oeps, k ben duizelig‘ … ‘prik even, hoe hoog zit je?’ was zijn vraag. … ‘oeps, 16..!’ gaf ik geschrokken en verward aan, want ik zat daarvoor toch heel netjes? … ‘uh, uuuuh…’ Mijn lotgenoot hielp me denken: ‘kan komen door het stressmoment, spuit maar even twee.’ Braaf voerde ik zijn opdracht uit. En uiteraard hielp de insuline! Maar wat veel meer heeft geholpen is dat ik even niet hoefde denken, dat ik zorg heb ontvangen, dat ik zelf even niet kwam op de oorzaak van de ’16′ die ’5.6′ had moeten zijn. Mijn lot heb ik durven delen, mijn lotgenoot deelde zijn lot-kennis met mij. Het is en blijft een rotwoord voor mij, maar de inhoud blijkt wederom dierbaar.